UITGELICHT DETAIL
Miles Davis zou op 26 mei 100 jaar zijn geworden; op allerlei manieren wordt daarbij stilgestaan. Marcus Miller presenteert het project ‘We Want Miles!’ op North Sea. Michael Varekamp trekt met ‘MILES!100.YEARS’ langs de theaters. Jazz Bulletin brengt een coverstory. Om maar een greep te doen. Maar nu even iets anders. Als we ons willen informeren over zijn leven en werk, waar gaan we dan in bladeren?
In de loop der jaren verschenen meerdere biografieën van onbevooroordeelde onderzoekers; denk aan Milestones van Jack Chambers en So What van John Szwed. Ze trokken de nodige aandacht. Een informatieve toevoeging is Miles’ Diary van Ken Vail; rijk aan krantenknipsels, tickets en andere documentatie.
Het bekendste boek, met enige afstand, is echter de bestseller Miles / The Autobiography, opgetekend door Quincy Troupe. Het werd gigantisch gepromoot, al voordat het was verschenen, en de vertaalrechten waren vlot verkocht in allerlei landen. Menige recensent, bijna geïntimideerd door al dit tumult, reageerde zoals kon worden verwacht: overrompeld en onder de indruk.
Later kwamen de kanttekeningen. Maar die bereikten alleen een groepje insiders, zo is mijn indruk. Hoe dan ook - in de loop der jaren zag en zie ik dat deze ‘autobiografie’ kennelijk tot de gecanoniseerde jazzgeschiedenis is gaan horen. Net als twijfelachtige documenten zoals Lady Sings The Blues, de ‘autobiografie’ van Billie Holiday, en de film Let’s Get Lost, die nog altijd wordt gepresenteerd als een ‘documentaire’ over het leven en werk van Chet Baker.
Dat zal zo blijven, maar JazzNu kan het niet laten kanttekeningen te blijven plaatsen. Niet om te zeuren doch om de lezer correct te informeren. Allereerst: er zijn verwijten van plagiaat. Troupe zou vooral het eerder gesignaleerde boek van Jack Chambers hebben geplunderd. Ik sprak Chambers lang geleden bij een etentje in Amsterdam; daarbij riep hij ‘Troupe is illiterate!’ als conclusie van een tirade waarin hij een aantal passages had opgesomd die uit Chambers’ boek waren overgenomen. Chambers verwerkte zijn kritiek in zijn 1998-editie.
Neem de uiteenzetting in Chambers (pagina 166-167) over Charlie Parker die even het pseudoniem Charlie Chan aannam; deze keert terug in de ‘autobiografie’ (in de vertaling op pagina 142), inclusief de drank die rijkelijk vloeide en het contract van Bird met een ander label. Natuurlijk neemt Troupe zo’n tekst niet letterlijk over. De werkwijze is steeds: Troupe zet schrijftaal om in veronderstelde spreektaal en voegt enkele krachttermen toe.
Wijlen Dan Morgenstern mailde mij al snel: ‘Miles took the money and ran.’ Szwed toonde in zijn Miles-bio enig begrip: Troupe had aanvankelijk wel degelijk gepoogd de trompettist grondig uit te horen, maar Miles – die toch al kwakkelde met zijn gezondheid – geloofde het wel na een tijdje, waarop Troupe zijn heil elders ging zoeken. De trompettist zou later zeggen dat hij het boek niet had gelezen, om alle kritiek op voorhand af te wimpelen. Billie Holiday zei dat destijds ook over haar ‘autobiografie’.
In een onlinegroep van jazzresearchers werd het e-book Miles Davis: New Research on Miles Davis & His Circle van Masaya Yamaguchi genoemd als dé ultieme en uitputtende informatiebron. Yamaguchi zou zelfs de moeite hebben genomen om de voor Troupe uitgewerkte interview-manuscripten uit te pluizen, onder meer op passages die Troupe verkeerd had geïnterpreteerd. Voor de goede orde: ik heb dit e-book nog niet gelezen. In deze groep schreef een oudere Berklee-docent onlangs dat hij zich bij het lezen van de autobiografie steeds afvraagt welke delen globaal de gedachten en de herinneringen van Miles Davis weergeven, en welke passages moeten worden beschouwd als bijeengeveegde pastiches van secundaire bronnen, naverteld door een overtrokken versie van Miles Davis in de jaren ’80. De tekst doet hem denken aan scripties waarin luie studenten AI veel van het werk laten opknappen.
De criticus Stanley Crouch pakte fel uit in een artikel dat is terug te vinden in zijn boek Considering Genius. De autobiografie is volgens Crouch overweldigend in de uitbarstingen van ‘inarticulateness, of profanity, of error, of self-inflation, and of parasitic paraphrasing of material from Jack Chambers’ Milesstones’.
Crouch constateert tevens een aantal discrepanties. Een voorbeeld: Troupe laat Davis zeggen dat hij eigenlijk niks leerde op de Juilliard School of Music, ‘a bunch of white styles, nothing new’, maar de trompettist verkondigt even later dat hij graag naar de bibliotheek ging om partituren van Stravinsky en anderen te bestuderen. Want daar leerde je nog eens wat van. Bij het overschrijven had Troupe wat beter moeten opletten.
Laten we het erop houden dat de ‘autobiografie’ net zo betrouwbaar is als Facebook. Je vindt er wetenswaardigheden in maar weet niet voor honderd procent zeker of het allemaal klopt. De werkelijk geïnteresseerde kan hier interessante suggesties vinden voor verder onderzoek. Wie lukraak citeert, neemt risico’s. Ik houd Chambers bij de hand.
VOETNOOT:
Bronnen (selectie):
Stanley Crouch: Considering Genius (2006)
Jack Chambers: Milestones (aanvankelijk in twee delen verschenen, als één deel en herzien in 1998)
Masaya Yamaguchi: Miles Davis & His Circle (e-book, 2019)
Miles Davis/Quincy Troupe: Miles / The Autobiography (1989)
Krin Gabbard e.a.: Thriving on A Riff (2009)
Ken Vail: Miles’ Diary 1947-1961 (1996)



