Bigbands hebben in de 20e eeuw een cruciale rol gespeeld in de ontwikkeling van de populariteit van jazz. Swing en dansmuziek was een veel gevraagde muziekvorm en de bigbands met saxofonisten, trompettisten, trombonisten en knallende ritmesecties waren veel gevraagde acts in concertzalen en festivals. Veel zangers en zangeressen hebben grote successen geboekt als ze begeleid werden door spetterende bigbands. Ella Fitzgerald, Sarah Vaughan, Frank Sinatra, Bing Crosby, Billie Holiday dankten hun grote successen deels door de begeleiding van bigbands. Onderstaand zie je drie beschrijvingen van platen van bigbands. Niet persé de drie beste hoor, want het is geen wedstrijd, maar wel drie die goed de sfeer en de klasse van bigbands uit de twintigste eeuw weergeven.


Maynard Ferguson – Trumpet Rhapsody

 

 

Maynard Ferguson was een begenadigde, Canadese trompettist en leider van verschillende bigbands. Hij is geboren in 1928 en overleed in 2006 op 78-jarige leeftijd. Hij had een heel herkenbare toon met zijn trompet. Soms vergelijkbaar met Herb Alpert maar ook vaak schel, krachtig en duidelijk articulerend. Hij brak door in het orkest van bigbandleider Stan Kenton, maar vormde daarna ook zijn eigen bigband. Op deze lp uit 1969 speelt hij samen met het orkest van Rolf-Hans Müller, een naoorlogse dirigent, arrangeur, componist en bandleider. Hoewel er ook ballads op deze lp worden gespeeld (niks mis mee hoor) vind ik het toch een van zijn beste platen. Het orkest staat als een huis en de arrangementen van standards als Whisper Not (Benny Golson) en Almost Like Being in Love (Frederick Löwe maar bekend geworden door onder andere Frank Sinatra, Nat King Cole, Ella Fitzgerald en nog veel meer) zijn ‘Count Basie-achtig’ goed.

De Duitse drummer Hermann Mutschler verdient wel een speciale vermelding. Fantastisch hoe hij de band stuurt met zijn fills en timing. Na de opname van deze plaat verhuisde Ferguson naar India met zijn gezin en gaf daar muziekles op een school met een spirituele inslag. Maar al snel verhuisde hij naar Engeland en raakte daar beïnvloed door de jazzrock. In Amerika heeft hij in veel bigbands gespeeld onder andere samen met Joe Zawinul, Chick Corea en Steve Gadd. Zijn laatste band heette Big Bop Nouveau en was vooral succesvol in 2005 toen ze maar liefst tweehonderd concerten gaven. Maynard Ferguson heeft meer dan vijftig platen onder zijn naam uitgebracht, maar staat ook als sideman op vele platen van andere muzikanten.


Buddy Rich – Class of '78

 

 

Tja, als je bigbands wil bespreken dan mag je natuurlijk geen plaat van Buddy Rich overslaan. Er is een bekende foto van Buddy Rich waar hij als achttien maanden oud jochie al drumt en op zijn elfde jaar was hij al een bandleider. Nadat hij zes jaar lang in het orkest van Tommy Dorsey had gedrumd, begon hij zijn eigen bigband. Meer dan vijftig platen heeft Buddy Rich uitgebracht (hij heette eigenlijk Bernard Rich) en deze Class of ‘78 is (natuurlijk) in 1978 uitgebracht.
De plaat start met het overbekende Birdland, geschreven door Joe Zawinul maar flink sneller gespeeld dan het origineel van Weather Report. Fabelachtig hoe Rich varieert in ritme en met een hoorbaar enthousiasme (de foto op de hoes straalt dat ook wel uit he?) de band aanzet om topniveau te leveren. Luister ook naar de fantastische solo’s van de saxofonisten Steve Marcus en Gary Pribek.

Kant twee van de plaat begint met een heerlijk swingende Cape Verdean Blues (geschreven door Horace Silver). Trompettist Dean Pratt en pianist Barry Keiner krijgen alle ruimte om een prachtige solo neer te zetten en als daarna de hele blazerssectie het thema overpakt, had je gehoopt dat je dit een keer live mee had mogen maken. Het door Chick Corea geschreven nummer Fiesta is hier een beetje afwijkend, want de blazerssectie doet niet mee bij dit nummer. Alleen bas, piano en drums, maar pianist Barry Kiener soleert fabelachtig, niet in een Chick Corea-stijl maar misschien meer McCoy Tyner-achtig (een pianist die dit leest zal het misschien niet met me eens zijn…). Hij was in de jaren zeventig/tachtig de vaste pianist van de Buddy Rich band maar overleed tijdens een tournee met Buddy Rich in de busband aan een overdosis drugs op slechts 30-jarige leeftijd.

Het laatste nummer van de plaat is het door Robert Mintzer geschreven Funk City Ola en heeft, zoals de titel suggereert, een lekkere funky beat, onder andere neergezet door bassist Tommy Warrington. De Amerikaanse tenorist Steve Marcus krijgt de eerste solo. Marcus heeft twaalf jaar in de band van Buddy Rich gespeeld, maar toen Rich in 1987 overleed, heeft Marcus de leiding van de band overgenomen en de naam van de band omgedoopt in Buddy’s Buddies.


Count Basie – The Atomic Mr. Basie

 

 

Bij de beschrijving van de vorige plaat schreef ik dat Buddy Rich natuurlijk niet mocht ontbreken, maar dat geldt helemaal voor platen van Count Basie. In 1929 kwam hij als pianist bij het Bennie Moten-orkest, maar al snel kreeg hij de leiding over de band. Toen hij naar met het orkest naar New York verhuisde, ontwikkelde langzamerhand het karakteristieke Basiegeluid in de band, mede door de altijd lichte en subtiele manier van piano spelen van de leider. Toen het te duur werd om met bigbands te spelen verdeelde hij de bigband in kleinere groepen en kon zodoende voor minder geld toch spelen.

Gelukkig bleek er in Europa wel interesse en dus geld te zijn voor bigbands en toerde het Count Basie-orkest regelmatig in Frankrijk, Duitsland, Engeland en andere Europese landen. In 1957 maakte hij de lp The Atomic Basie met composities van Neal Hefti. Hefti was trompettist, maar vooral arrangeur en componist. Vanaf 1950 werkten Basie en Hefti nauw samen. De hoesfoto en de titel hadden betrekking op de Koude Oorlog die toen heerste. Er staan voornamelijk spetterende bigbandstukken op deze plaat, beginnend met The Kid from Red Bank. Tussen al het blazersgeweld hoor je steeds weer die lichte toets van Count Basie

Flight of the Foo Birds is ook zo’n geweldig nummer met fantastische solisten als Thad Jones, Eddie ‘Lockjaw’ Davis en Frank Wess. Zoals bij elke bigband speelt ook hier de drummer weer een hoofdrol met zijn fills, voorbereidingen, dynamiek en accenten. Sonny Payne kwam in 1954 als drummer bij de Count Basie Big Band. De bandleider was direct enthousiast over hem en bewonderde hem om zijn energie en showmanship. Het bekendste nummer van de plaat is Splanky met dat mooie vraag-en-antwoordspel in het thema tussen de trompetten en de saxofonisten, voordat de solisten beginnen.

Het laatste nummer van de plaat heet Li’l Darling en de melodie zal wel bij veel mensen bekend in de oren klinken want het werd in menig binnen- en buitenlands tv-programma gebruikt als achtergrond-of openingsmuziek. Het nummer wordt in een mooi traag tempo gespeeld met schitterende blazersarrangementen. Li’l Darling is een verbastering van Little Darling. De critici hebben ooit eens gezegd dat dit Basie’s laatste goede plaat was. Ik beaam dat niet hoor, maar ik vind het wel een van zijn beste samen met Basie plays Hefti. Ook weer dus met de samenwerking tussen deze twee belangrijke muzikanten uit de twintigste eeuw.


Jeff Reynolds – Maiden Voyage

 

 

Ja… toch nog een vierde bigband die ik graag wil bespreken. Nee, deze plaat mag je misschien niet een fundament van jazz noemen, want dan zouden heel veel andere bigbandplaten prioriteit moeten krijgen. Toch wil ik deze plaat bespreken om twee redenen. Ten eerste; hij is onwijs goed! Jeff Reynolds was een getalenteerde Schotse trompettist en speelde onder andere bij Dulfer (Hans en Candy) & Perikels in de jaren zeventig en bij J.C. Tans + Rockets met bekende muzikanten als Ab Baars, Ernst Glerum en anderen. Hij is ook de schrijver van het boek Trumpet for dummies.

Daarnaast leidde hij ook bigbands en van een van die bigbands is de plaat Maiden Voyage opgenomen. En de tweede reden is dat baritonsaxofonist Paul van Duyn in die Big Band zat en uit zijn verzameling heb ik dit album. Paul van Duyn is begin 2026 veel te jong overleden. Jeff Reynolds is zelf in 1983 bij een auto-ongeluk om het leven gekomen. In hetzelfde jaar is deze lp uitgekomen en, zoals eerder gezegd, de plaat is ontzettend goed. Jeff Reynolds gebruikte arrangementen van onder andere Bob Mintzer (One Finger Snap en Speak like a Child van Herbie Hancock), Phil Woods (A Child Blues) en Thad Jones (Second Race). De plaat valt niet alleen op om de mooi uitgevoerde blazerspartijen maar ook om de schitterende solo’s van onder andere Paul Stocker op altsaxofoon, Jeff Reynolds zelf op trompet en flügelhorn en Kees Smit op tenorsaxofoon. De plaat is geen Count Basie- of Duke Ellingtonplaat, maar misschien kun je de uitvoeringen van de stukken wel vergelijken met platen van Stan Kenton of de bigband van Kenny Clarke/Francy Boland.

Tekst René de Haas

 

Advertenties

Advertentie aubergine
jb137 banner
Gif ook schrijven voor jazznu2
TilburgsAns