UITGELICHT DETAIL
Het jubilerende North Sea Jazz trok een enthousiast publiek, jong en oud, uit binnen- en buitenland, Sommigen wilden sterren als Pat Metheny absoluut niet missen, maar ook de kleine zalen met jong jazztalent zaten nokvol. ‘Volgend jaar weer’, was alom te horen. Een sfeerimpressie in woord en beeld.
Telkens wanneer je langs de Tigris, het dakterras met verschillende DJ’s, hapjes en een bar loopt, moet je je inhouden om je daar niet tegoed te doen aan een glas koud bier met een hapje in de avondzon. Wanneer je bevangen door de hitte begint te twijfelen dringt het weer tot je door; je was onderweg naar de Missouri, of een andere zaal. Ook op zaterdag en zondag is het bijna zonde van de tijd om in alle rust het terras op te gaan. Verleidelijk zeker, maar de rest van de week schijnt de zon ook nog.
Het was dus warm, het hele weekend. Ondanks de hitte waren er dagelijks zo’n 30.000 bezoekers aanwezig op het festival, te vinden bij zeventien podia. Op de kleinste werd gejamd, of iemand geïnterviewd. Op de grootste speelden sterren als Pat Metheny, Snarky Puppy en Artist in Residence Cécile McLorin Salvant. Daar tussenin wemelde het van de aantrekkelijke namen.
Voordat er rijen voor de zalen staan, is er al een voor de photobooth waar je een foto kan laten maken in de sfeer van een klassieke North Sea poster. De sfeer op het Congo-plein is aan het begin van de dag ontspannen. Men zit rustig in de schaduw aan een koffie, of een glaasje wijn, maar het grote aanbod zal in de loop van de dag de keuzestress aanwakkeren. Het jonge trio New Jazz Underground trapt daar af op een van de kleinste podia van het festival. Wanneer ze beginnen trotseert een groepje mensen toch de zon om de band van wat dichterbij te bekijken.
Hugo en Barbara (63 en 62) uit Leiden zijn al ruim dertig jaar niet op het festival geweest. Hugo gaf zijn vrouw een kaart voor de zaterdag als verrassing. ’Ik vroeg of we op de fiets gingen‘, vertelt Barbara lachend, “ik dacht echt dat het nog in Den Haag was”. Ze staan te wachten op trompettist Nils Petter Molvaer ondanks dat ze niet weten wie hij is. “We gaan sowieso naar Charlie Puth”, zegt Hugo. Hij vertelt dat hij met AI een lijstje heeft samengesteld voor ze omdat hij niet bekend is met het gros van de namen.
Molvaer speelt Khmer, het in 1998 uitgebrachte en inmiddels klassiek geworden album. “Ik zie mezelf dit wel luisteren wanneer ik bijvoorbeeld buiten aan puzzelen ben”, zegt Barbara voordat ze vertrekken.
Naast Khmer wordt er vaker dit jaar stilgestaan bij muziek die de tand des tijds heeft doorstaan. Marcus Miller met zijn project We Want Miles, samen met saxofonist Bill Evans en Mike Stern, die ook bij Davis in de band zaten. Of het Italiaanse Artchipel Orchestra waar de muziek van onze Misha Mengelberg centraal staat. Prachtig om te zien hoe enthousiast deze band zijn werk ten gehore brengt.
Bij gitarist Metheny komen twee werelden bij elkaar. Samen met Tyn Wybenga en zijn Brainteaser Orchestra spelen in een bomvolle Amazon zijn vijftig jaar oude album Bright Size Life, even oud als het festival dus. Hans (71) uit Voorschoten zit ruim van tevoren klaar. “Ik kom al vanaf de jaren 70 op het festival. Toen ging ik vaak een dag, nu ga ik al jaren het hele weekend”. Op de vraag wat hij van de verhuizing naar Rotterdam vindt antwoordt hij gedecideerd; “Het is echt verbeterd. Het begin hier vond ik wat onwennig en rommelig maar intussen is het een heel ontspannen en gestroomlijnd festival. Ik kom hier elk jaar weer heel graag”.
“Metheny natuurlijk”. Hans knikt richting het podium op de vraag voor wie hij komt. “Morgen ook, maar dan gaan de kinderen mee, zij mogen de rest bepalen”. Wat het beste concert in al die jaren was? “Spyro Gyra”, zegt hij vastbesloten.
Ook op zaterdag en zondag zijn de kleine zalen waar doorgaans ‘de echte jazz‘ staat tot de nok gevuld. Bij Xaxi Torres en Miguel Zenon past er echt niemand meer bij. Ook Paul Acket Award winnaar Amaro Freitas blijkt een maatje te groot voor de toch niet kleine Madeira. “Wat een geweldenaar”, zegt David (30) tegen Roy (31), allebei woonachtig in Amsterdam. Sinds hun vertrek uit de Verenigde Staten wonen ze sinds een paar maanden allebei in Amsterdam. “Hoe heette hij ook alweer?” David, zelf pianist, probeert met zijn handen uit te leggen wat hij zo indrukwekkend vond, maar geeft dit snel op, breeduit lachend. “We willen hier al zo lang naartoe”, zegt David, “het festival heeft zo’n rijke geschiedenis, en nu we allebei in Nederland wonen twijfelden we geen moment”. Naast Freitas hebben ze genoten van Marcus Miller, later op de dag staat de bassist Thundercat rood omcirkeld bij allebei op het programma.
Veel jongeren op de podia, maar ook in de zalen. Tomoki Sanders, zoon van Pharoah, trekt net als bijvoorbeeld SML een veel jeugdiger publiek dan dat het imago van jazz zou doen vermoeden.
“Ik woon in Montreux, Zwitserland, en heb elk jaar gratis toegang tot het Montreux Jazz Festival, maar ik ben voor het eerst naar Rotterdam gekomen”, zegt Martin (64): “Er is te weinig jazz op Montreux en hier speelt er zoveel. Ik heb Raye en Sting live gezien in Zwitserland, en dat was geweldig. Maar die komen hier ook. Ik mis in Zwitserland gewoon veel jazz”. Zijn vrienden Andreas en Britta (63 en 62, uit Frankfurt) knikken. Zij zijn hier voor de derde keer en vertellen razend enthousiast over het optreden van Joshua Redman.
De legendes fungeerden niet alleen als thema voor een optreden, ze waren er zelf ook. Neem saxofonist Charles Lloyd, haast ontroerend hoe hij pianist Gerald Clayton over zijn rug aait en blijft staan kijken terwijl hij soleert. Daarna gaat hij zitten, rug tegen de vleugel, zachtjes wiegend. Rita (68) en Robert (65) uit München kijken veel muziekfilmpjes online. “Telkens zagen we het logo van North Sea”, vertelt Rita. “Daar moet ik heen”, zei ze tegen Robert. “We komen voor Lloyd, maar ook Metheny en Anouar Brahem.” De sfeer van het festival bevalt het stel enorm, het is ontspannen, men is vriendelijk tegen elkaar. “We komen terug hoor”, zegt Rita, terwijl ze Lloyd een staande ovatie geeft.
De sfeer is het hele weekend dan ook gemoedelijk. Men loopt rustig heen en weer; je ziet mensen op krukken of met een rollator. Maar ook uitzinnig publiek bij bijvoorbeeld afsluiter van het festival Nile Rodgers. Of wat te denken van de mensen die 45 minuten voor aanvang al vooraan stonden in de Congo om de beste plek te bemachtigen voor Annie & The Caldwells?
Eenmalig was de hitte te veel van het goede. Cécile McLorin Salvant gaf haar derde optreden in de Hudson, maar halverwege werd de zaal gesloten vanwege de temperatuur. Jammer, maar een positief ingesteld iemand zou kunnen denken dat het weer een keuze scheelt.
De verleiding van het buiten zijn gold ook voor het plein met de Mississippi waar het de hele dag druk is. Er is ruim voldoende keuze aan eten en drinken en ondertussen staan er talentvolle en feestelijke bands op het podium. Is dat echt jazz? Niet altijd, maar die discussie hoeven we niet te voeren. Laten we vooral blij zijn met het festival wat een zeer gevarieerd aanbod heeft en daarmee mensen van alle soorten en maten naar binnen haalt. Herbie Hancock lijkt gelijk te krijgen toen hij voorspelde dat jazz aan een nieuw begin staat. De muziek is altijd in beweging.



